Algeneme principes van de koudeproductietechniek

Koudeproductie berust op een relatief eenvoudig principe. Het volstaat de stoom, die bij lage temperatuur ontstaat, samen te drukken, zodat deze stoom kan condenseren door het afstaan van zijn warmte aan de natuurlijke omgeving.

In de praktijk is een koelinginstallatie een machine waarmee men een midden kan afkoelen, dus kouder dan de omgeving kan maken. Daar de natuurlijke overgang van de warmte steeds van een warm lichaam naar een koud lichaam gebeurt, kan men dus een koelinginstallatie omschrijven als een systeem waarmee men het natuurlijke warmteoverdrachtsproces kan omkeren. Energie gaat dan over van een koud naar een warm midden. Dit omgekeerde overdrachtsproces gaat natuurlijk energie kosten.

De rol van een koelinginstallatie is dus het overbrengen van warmte van een midden aan lage temperatuur (koudebron) naar een midden met hogere temperatuur (warmtebron).
Het apparaat neemt de warmte op uit het koude midden (dus produceert koude) en geeft deze warmte door aan het warme midden (dus produceert warmte). Indien het beoogde resultaat de productie van warmte is, wordt het toestel een warmtepomp genoemd.
Een warmtepomp is in feite een omgekeerd gebruikte koeler. In een koelkast is het beoogde effect de productie van koude, m.a.w. het onttrekken van warmte aan de voedingswaren die we in de koelkast hebben geplaatst. Het is dankzij het koelingcircuit dat de overdracht van warmte mogelijk wordt. Een warmtepomp werkt volgens exact hetzelfde principe als een koelkast.

Een koelmachine laat toe om warmte van een koud midden naar een warm midden over te brengen dankzij een compressiesysteem.

Dit koelsysteem bestaat meestal uit de volgende vier elementen:

  • een compressor
  • een condensator
  • een ontspanningsorgaan
  • een verdamper
 1